Maar in ieder geval binnen de EU verdwijnt die voorspelbaarheid snel. Nieuwe regelgeving verandert fossiele brandstoffen in financiële risico’s. Daarbij worden twee beleidsstrategieën ingezet: de wortel en de stok. De overheid gebruikt financiële voordelen, de wortels, om bedrijven te stimuleren schone technologie te omarmen, terwijl financiële sancties, de stokken, vervuilende opties steeds duurder maken.
Op de Nederlandse markt zijn er, na jaren van wortels voor partijen die kozen voor duurzame brandstoffen, nu volop stokken voor partijen die dat niet doen. Dat betekent dat niets doen in hoog tempo een financieel risico wordt.
De werkelijke kosten van niets doen
De financiële druk op traditionele fossiele brandstoffen raakt de bedrijfsvoering nu al, niet pas in 2030 of 2050.
Neem bijvoorbeeld de nieuwe Nederlandse vrachtwagenheffing, die gepland staat voor 1 juli 2026. Voor standaard dieseltransport gaat iedere gereden kilometer ongeveer 19 cent kosten. Emissievrije alternatieven krijgen een aanzienlijke korting en komen uit op ongeveer 3 cent per kilometer. Voor een vloot zware vrachtwagens die dagelijks lange afstanden aflegt, betekent alleen deze heffing al duizenden euro’s aan onvermijdelijke extra operationele kosten per maand.
En deze heffing is nog maar de helft van het probleem. Naast de olieprijs is er nog een andere factor achter stijgende brandstofkosten: een nieuw systeem genaamd emissiereductie-eenheden, of ERE’s. Dit nieuwe systeem heeft in Nederland op 1 januari 2026 officieel de oude volumegestuurde regels vervangen.
Om te begrijpen waarom diesel hierdoor duurder wordt, helpt het om te kijken hoe brandstofleveranciers werken. De Nederlandse overheid verplicht oliemaatschappijen wettelijk om de totale CO₂-voetafdruk van alle brandstof die zij jaarlijks verkopen te verlagen. Elke liter diesel die zij verkopen, vergroot de hoeveelheid emissiereductie die zij moeten aantonen, waardoor zij meer EREs moeten verkrijgen of inkopen om aan de regels te voldoen. Onder het oude systeem konden leveranciers relatief eenvoudig goedkope biobrandstoffen in bulk inzetten om hun volumedoelen te halen. Dat is niet meer mogelijk binnen het nieuwe ERE-systeem, omdat het daarin gaat om de daadwerkelijke CO₂-emissies van bron tot wiel. Het wordt daardoor voor oliemaatschappijen veel duurder om hun fossiele diesel te compenseren. Om hun winstmarges te behouden, berekenen oliemaatschappijen deze extra kosten direct aan de klant door: een opslag op elke liter diesel aan de pomp.
Wat dit betekent voor de prijs van waterstof
Wanneer je daarentegen een voertuig of generatorset op groene waterstof gebruikt, gebeurt precies het omgekeerde. Omdat waterstof CO₂-emissies elimineert, genereert elke kilogram die je gebruikt ‘ERE-compliancecertificaten’ in het nationale register. Omdat traditionele oliemaatschappijen deze certificaten dus nodig hebben om hun dieselverkoop te compenseren en boetes van de overheid te vermijden, zijn deze certificaten veel waard voor hen. De waterstofleverancier verkoopt deze certificaten op de markt aan oliemaatschappijen en gebruikt die opbrengst om waterstof aan de pomp tegen een lagere prijs aan te bieden.
Dit mechanisme is precies de reden waarom de prijs van groene waterstof zal dalen. Terwijl de niet-gesubsidieerde prijs van groene waterstof bij een tankstation kan variëren tussen 10 en 20 euro per kilogram, werkt de marktwaarde van de gegenereerde koolstofcertificaten als een directe korting. Daardoor daalt de prijs richting 8 euro per kilogram.
Vasthouden aan diesel betekent dat je indirect meebetaalt aan de CO₂-boetes van oliemaatschappijen. Overschakelen op waterstof brandstofcelsystemen betekent dat je de markt juist jouw brandstofkosten laat subsidiëren.
Subsidiëren of gesubsidieerd worden
Volledig vasthouden aan diesel kan voelen als de voorspelbare route, maar het betekent wel dat je inzet op een technologie die door regelgeving actief, en steeds meer, wordt bestraft. Of je nu vracht vervoert over de snelweg of stationair vermogen levert op een bouwplaats: kosten verschuiven weg van waterstofgebruikers en komen terecht bij gebruikers van fossiele brandstoffen.
En daarbij: dit zijn een paar voorbeelden van directe, zichtbare kosten. Wanneer je breder kijkt, naar bijvoorbeeld lokale emissieregels, de stikstofcrisis en de (on)mogelijkheden van verbrandingsmotoren in de buurt van natuurgebeiden of stadscentra, wordt stilstaan nog duurder door gemiste kansen.
Door te investeren in brandstofceltechnologie voor zware toepassingen stop je met het betalen van de CO₂-boetes van anderen en laat je de markt in plaats daarvan jouw brandstofkosten subsidiëren.